Luchtwachttorens in Nederland
Erfgoed uit de Koude Oorlog

Luchtwachttorens en luchtwachtposten van het Korps Luchtwachtdienst, 1950-1968

MUD-palen van de Mijnenuitkijkdienst, 1949-1974

Hét grote boek over alle luchtwachttorens verschijnt in 2021. Een boekje over de Mijnenuitkijkdienst is te bestellen onder Publicaties

Laatst gewijzigd: 25-9-2020

 

 

Boek in voorbereiding 

Kijken - Luisteren - Doorgeven: Luchtwachttorens uit de Koude Oorlog

Het complete boek over de luchtwachttorens! Verschijnt begin 2021. Compleet met achtergronden over het Korps Luchtwachtdienst (KLD), de architectuur van de torens, de plaats van de torens in de luchtverdediging tijdens de Koude Oorlog en het latere hergebruik van torens. Lees over de bouw van deze betonnen kolossen, over de vrijwillige luchtwachters die in weer en wind op hun posten naar het luchtruim keken en over de vliegtuigen die ze waarnamen. Zie hoe dames van de Luva in de commandocentra de vliegtuigen op de kaart zetten. Met persoonlijke verhalen van ooggetuigen. Met extra pagina’s over alle 18 1/2 nog bestaande torens, overzicht van alle 276 ooit gebouwde torens en rijk geïllustreerd met historische foto’s en bouwtekeningen.

Wilt u vrijblijvend op de hoogte gehouden worden over het verschijnen? Vult u dan het contactformulier op deze website in. 

Raatbouw

Post 7X3 Hees (Ruinen, Dr). Foto S. van Lochem 2012


Bijna de helft van de luchtwachtposten  is gebouwd volgens het raatbouw-systeem: een open torenconstructie van betonnen prefab-elementen. Architect Marten Zwaagstra ontwierp de torens in opdracht van het Ministerie van Oorlog en N.V. Schokbeton leverde de raatelementen. Het leverde karakteristieke torens in het landschap op. 

Post 3T3 Nieuw-Namen (Z). Foto S. van Lochem 2012






 

Post 5K3 Strijensas (ZH). Foto S. van Lochem 2016


Bakstenen torens

Post 5C1 Scheveningen (ZH). Foto S. van Lochem 2016


Een enkele toren was niet van beton maar van hout of baksteen, zoals in Scheveningen en Oude Wetering.

Posten op gebouwen

Ruim de helft van de luchtwachtposten bestond uit een (eenvoudige) opbouw op een fabriek, watertoren, molenromp of bunker. Deze posten hebben geen standaard ontwerp. Meestal zijn het eenvoudige verhogingen op een bestaand gebouw, gemaakt van beton, baksteen of hout. 

Post 1J3 Pannerden (G) op fort. Foto S. van Lochem 2016


Post 5F1 Moerkapelle (ZH) op Molen nr. 6. Foto S. van Lochem 2016


Post 5J3 Ooltgensplaat (ZH) op fort Prins Frederik. Foto RCE/G.J. Dukker 1980


Post 1H2 Barchem (Lochem, G) op Belvedere. Foto S. van Lochem 2012

 

Koude Oorlog uitkijkdiensten

Netwerk van luchtwachtposten. Bron VPRO/Vizualism/S. van Lochem

 

Tijdens de Koude Oorlog (1948-1991), hield de dreiging van een Sovjetaanval en een kernoorlog het westen decennialang in zijn greep. Om voorbereid te zijn op een Russische aanval ontstonden in Nederland twee militaire uitkijkdiensten, het Korps Luchtwachtdienst (KLD, 1950, Luchtmacht) en de Mijnenuitkijkdienst (MUD, 1949, Marine). Beide diensten hielden het ‘Russische gevaar’ goed in de gaten.


Korps Luchtwachtdienst

Het Korps Luchtwachtdienst (KLD) is opgericht in 1950 en was onderdeel van het Commando Luchtverdediging van de Koninklijke Luchtmacht. Vrijwilligers van het KLD keken over het hele land uit naar laagvliegende vijandelijke indringers. Het KLD bouwde tussen 1951 en 1955 een netwerk van 276 hoge uitkijkposten verspreid over het hele land. De ene helft op bestaande gebouwen, de andere helft op speciaal gebouwde torens.


Luchtwachtcentrum 

Alle 276 luchtwachtposten. Samenstelling S. van Lochem ©


De luchtwachters meldden de gespotte vliegtuigen per telefoon aan het luchtwachtcentrum in één van de acht luchtwachtregio's. Die stonden in verbinding met het landelijke militaire hoofdkwartier van de luchtverdediging, het Sector Operations Centre in Driebergen. Daar besliste de gevechtsleiding over inzetten van gevechtsvliegtuigen en luchtdoelartillerie. Via het luchtwachtcentrum kwam ook de Bescherming Bevolking in actie, om de bevolking te waarschuwen en in veiligheid te brengen. Maar zover kwam het gelukkig allemaal niet, het bleef bij oefenen.

Post 7T1 Winschoten (Gr). Foto S. van Lochem 2016

 

 Opheffing KLD

Schildje bij opheffing KLD-Zuid en -Midden, 1964. Bron S. van Lochem


Het spotten van vliegtuigen vanaf de torens was van korte duur. Steeds snellere vliegtuigen en verbeterde radar maakten het via oog en oor volgen van laagvliegers nutteloos. Bovendien werd de bescherming van het luchtruim steeds meer internationaal georganiseerd en geïntegreerd in de NAVO-luchtverdediging. In 1964 kromp het KLD sterk in en in 1968 werd het geheel opgeheven. De vliegtuigwaarneming met oog en oor was definitief ten einde.

Post 7O1 Den Hoorn (Warfhuizen, Gr). Foto S. van Lochem 2017


Post 3W3 Eede (Z). Foto R. de Croock 2013


Post 8O2 Posterholt (L.). Foto S. van Lochem 2014




Uitkijken naar laagvliegers

Luchtwachters. Foto KLu/coll. S. van Lochem, 1954


De bovenzijde van de luchtwachtposten bestond uit een open platform. Daar speurden twee luchtwachters het luchtruim af met een kijker en op het gehoor. Hun taak was het signaleren van en waarschuwen voor laagvliegende vliegtuigen. Men was beducht voor vijandelijke indringers, die beneden het toenmalige radarbereik (circa 900 meter) vlogen. Richting en afstand bepaalden ze met het luchtwachtinstrument. De luchtwachters waren mannelijke vrijwilligers uit de omgeving van de posten. Ze werden opgeleid om vliegtuigen (zowel de eigen als de vijandelijke) te herkennen aan silhouet en motorgeluid.

 

Luchtwachttorens anno 2020

Nog bestaande luchtwachttorens. Samenstelling S. van Lochem ©













In heel Nederland zijn van de eens talrijke luchtwachttorens slechts achttien hele torens (zestien raatbouwtorens en twee bakstenen torens) en drie halve raatbouwtorens bewaard gebleven. Ook de meeste posten op bestaande gebouwen zijn inmiddels gesloopt.

Een overzicht van alle locaties van bestaande luchtwachttorens en luchtwachtposten op gebouwen is (met medewerking van www.luchtwachttorens.nl) te vinden op de Militaire Landschapskaart van de RCE: https://landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart

Post 5K3 Strijensas (ZH). Foto T. de Haan 2016


Mijnenuitkijkdienst (MUD)

MUD-paal Kruiningen met pelorus. Foto S. van Lochem 2018


De Mijnenuitkijkdienst (MUD) is opgericht in 1949 als onderdeel van de Koninklijke Marine. Dienstplichtige mijnenwachters van de MUD keken bij haveningangen en langs grote waterwegen aan de kust uit naar de waterzuil (minesplash) van in het water gedropte mijnen. De MUD zette een systeem van circa 245 uitkijkposten op langs vier belangrijke waterwegen: Westerschelde, Maas/Nieuwe Waterweg, Noordzeekanaal/ IJmuiden en Schulpengat/Den Helder/Texel. 

De uitkijkposten stonden 800 tot 1500 meter uit elkaar, grotendeels op de wal (waluitkijkposten of WUP’s) en deels op vaartuigen daar waar de afstand tussen de oevers te groot was (scheepsuitkijkposten of SUP’s).


MUD-palen

Peiltoestel (pelorus) op MUD-paal. Foto S. van Lochem 2018


De mijnenwachters op de waluitkijkposten (WUP's) keken uit over het water vanaf een hoger punt op een dijk of duintop. De post bestond uit een in de grond verankerde betonnen paal, de pelorusopstand, in de volksmond MUD-palen genoemd. Op deze palen zetten ze een richtinstrument, een pelorus. 


Opheffing MUD

MUD-paal Den Helder. Foto S. van Lochem 2018


De Mijnenuitkijkdienst werd al snel door de techniek ingehaald. Verbetering van de radar maakte het uitkijken naar vallende mijnen met het menselijk oog halverwege de jaren zestig overbodig. In 1965 kromp de MUD sterk in, stopte met uitkijken naar mijnen langs de Maas/Nieuwe Waterweg en Noordzeekanaal/IJmuiden en verminderde het aantal uitkijkposten langs de Westerschelde en Schulpengat/Den Helder/Texel. In 1974 volgde definitieve opheffing van de Mijnenuitkijkdienst. Slechts enkele MUD-palen, hebben de tand des tijds overleefd, twaalf langs de Westerschelde en twee in Den Helder. Het zijn onopvallende palen maar met een markante historie.

Een uitgebreid artikel over de MUD en alle nog bestaande MUD-palen is in voorbereiding.